Wat betekent de afkorting

Deel ons op :

Submit to FacebookSubmit to Google BookmarksSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn
 

AC-3 : Ook wel Dolby Digital AC-3 genoemd. De verschillende geluidskanalen worden digitaal met het beeld meegezonden en worden in de ontvanger omgezet naar analoge signalen die dan via een aparte versterker en luidsprekers beluisterd kunnen worden. Helaas worden speelfilms via satellietzenders nog niet voorzien van AC-3.

Azimuth : Om een schotel optimaal op een satelliet uit te richten heb je te maken met 2 instellingen, namelijk de elevatie en de azimuth. De azimuth is gerelateerd aan de kompasrichting van de satellietpositie. Bij een kompas is dat 90º in zuiver oostelijke, 180º in zuidelijke en 270º in westelijke richting. In Nederland geld bijvoorbeeld voor de Astra-1 satellieten (19,2 oost) een azimuth van ongeveer 163.
 
BER : Staat voor Bit Error Rate. Bij digitale transmissie van signalen kunnen er door atmosferische storingen fouten optreden. Een digitaal signaal bestaat uit pakketjes met data en door een storing wordt dan bijvoorbeeld een pakketje niet juist ontvangen. Dit zou betekenen dat het signaal onbruikbaar wordt en het beeld op zwart gaat. Via een ingewikkelde correctie worden deze pakketjes echter hersteld. 

CAM : Conditional Access Module. Dit is een module die in een digitale onvanger aangebracht kan worden en het mogelijk maakt in combinatie met een geldige smartcard een gecodeerd programma te bekijken. Anders dan bij een Common Interface (CI) waar de smartcard in de module zelf gaat, is voor een CAM een aparte kaartlezer in de ontvanger aangebracht.
 

Clarke belt
: De clarke belt is de denkbeeldige baan boven de evenaar waarin satellieten gepositioneerd zijn. Deze baan bevindt zich ongeveer op 35786 km boven de evenaar.

C/N
: Carrier To Noise Ratio, bepaalt de ontvangst kwaliteit. In de praktijk wensen we een zo groot mogelijke carrier (=signaal) en een zo klein mogelijke noise (=ruis/stoorcomponent).
 " Coaxkabel : Deze kabel wordt gebruikt voor het transport van hoogfrequente signalen. Bij satellietontvangst bevind de coaxkabel zich tussen de lnb en de satellietontvanger.

Common Interface (CI)
: Een Common Interface is eigenlijk een soort decoder die men in de digitale satelliettuner kan pluggen. Je hebt dus niet voor iedere soort codering een aparte ontvanger nodig. Als een zender van codering verandert hoeft men dus alleen maar de ci cam te vervangen.

Cross polarisation
: Kruispolarisatie. Dit is de mate waarin een signaal van tegenovergestelde polarisatie wordt onderdrukt. Bij een slechte scheiding tussen signalen van verschillende polarisaties treedt een aanmerkelijk verlies van de ontvangstkwaliteit (C/N) op. Dit effect kan optreden als een LNB niet goed in een schotel gemonteerd is en de polarisatie van de LNB niet exact overeenkomt met de polarisatie van het uitgezonden signaal op de satelliet.

Declinatie
: De declinatiehoek is alleen voor draaibare schotelopstellingen belangrijk. Declinatie is een correctiehoek tussen de kijkhoek naar de sterren die op een oneindige afstand staan en de kijkhoek naar satellieten die op de geostationaire baan (Clarke Belt) boven de evenaar staan. Een juiste declinatie zorgt er dus voor dat als een schotel draait, deze steeds de clarke belt exact volgt.

DiseqC
: Een door Eutelsat en Philips ontwikkeld protocol dat de besturing van randapparatuur mogelijk maakt via de bestaande coaxkabel. Er hoeven dus geen extra kables gelegd te worden. Men kan met behulp van DiseqC bijvoorbeeld van de ene naar de andere schotel schakelen.

Dolby surround : Bij dolby surround wordt er naast het linker en rechter geluidskanaal ook een analoog surroundkanaal geproduceerd, die via 2 aparte luidsprekers voor een ruimtelijk geluidsefect zorgt.

DVB
: Digital Video Broadcasting. DVB is een internationaal erkende norm om tv, radio en datadigitaal uit te zenden.

Elevatie
: Dit is de hoek waarbij de schotel ten opzichte van de horizon naar boven kijkt om de satelliet te kunnen ontvangen. In Nederland is deze hoek voor bijvoorbeeld de Astra satellieten 29 graden.

EPG
: Electronic Program Guide. Een electronische programmagids die bij digitale satelliettelevisie wordt meegezonden en die op de televisie geraadpleegd kan worden.

F-connector
: Dit is de connector die standaard gebruikt wordt voor de aansluiting van de coaxkabel op de LNB en de ontvanger.

F/D verhouding
: Dit is de verhouding tussen het brandpuntafstand (F) en de diameter van de schotel (D). FEC : Forward Error Correction. Dit geeft de mate van automatische foutherstel bij ontvangst aan. Zo wordt bijvoorbeeld bij een FEC van 3/4 bij een groep van 4 uitgezonden bitjes er 3 voor het signaal gebruikt en de 4e voo foutherstel.

Feedhorn
: Ook wel "feed" genoemd. Bij een parabool worden alle invallende signalen in een brandpunt gebundeld. Omdat de golflengte van de microgolven niet oneindig klein is ten opzichte van de schotelafmetingen, ontstaat er geen brandpunt maar een brandwolk die bovendien niet homogeen gevuld is met energie. De feedhorn heeft tot taak de energie nog verder te bundelen, zodanig dat het optimaal in de LNB terecht komt. Bij een bepaalde schotelconstructie hoort dan ook een bepaalde feedhorn.

Footprint
: Een gebied waarbinnen de veldsterkte van een satelliet gedefinieerd is.

FTA
: Free-to-Air. FTA signalen zijn ongecodeerd en kunnen dus in principe met iedere digitale ontvanger bekeken worden.

I-Q demodulatie
: (= Terugwinnen van het oorspronkelijke signaal). Na versterking van het oorspronkelijke digitale signaal vind de demodulatie plaats. Er wordt dan gebruik gemaakt van 2 draaggolven die onderling in fase verschillen. De ene draaggolf bevat de I-informatie en de andere de Q-informatie.

Inclined Orbit
: Een satelliet wordt op zijn geostationaire plaats gehouden door raketjes te ontsteken die afwijkingen constateren. Als de brandstof voor deze raketjes bijna op is (na ongeveer 12 jaar), laat me grotere afwijkingen toe en gaat de satelliet in verticale richting een bepaalde baan beschrijven, de inclined orbit, waardoor men aanzienlijk op brandstof gaat besparen maar waardoor de satelliet niet meer met vaste schotelopstellingen gevolgd kan worden.

KU-band
: De Ku-band is een frequentieband waarop o.a. satellieten uitzenden. Het gaat om het frequentiegebied tussen 10,7 en 12,75 GHz.

LNB
: Low Noise Block converter. een converter is een schakeling die de frequentie van een signaal omzet naar een andere frequentie. Bij satellietontvangst wordt de Ku-band omgezet naar een veel lagere frequentie met een LNB.

LNBF
: Dit is een LNB met geïntegreerde feedhorn.
MP@ML: Main Profile at Main level. Dit is het niveau van digitale uitzendingen die momenteel door bijna alle zenders gehanteerd wordt.

MCPC
: Multiple Channels per Carrier. Hierbij worden de signalen van meerdere zenders via en multiplex op één draaggolf gezet. Het voordeel hiervan is dat meerdere zenders per transponder kunnen uitzenden en dat wekt dus ruimte en kosten besparend. MCPC is bij digitale televisie de meest gebruikte transportwijze.

Media Highway
: Dit is een zogenaamd API (Application Program Interface). Als Media Highway ondersteund wordt door een digitale ontvanger, is deze in staat om interactieve zaken zoals betaaltelevisie (Pay per View) af te handelen. Media Highway werkt samen met de Mediaguard (seca) codering.

Multifeed
: Door in een schotel niet 1 maar meer LNBF's aan te brengen is het mogelijk verschillende satellieten op te vangen zonder de schotel te draaien. Door de LNBF's net iets uit het brndpunt van de schotel te monteren is de reflectie van de satellietsignalen dusdanig dat de satellietsignalen toch door een gemonteerde LNBF onvangen kunnen worden. Een veel gebruikte combinatie is die van Astra-1 (19,2 oost) en de Hotbird (13 oost). Omdat je bij dit soort constructies niet optimaal gebruik maakt van de schoteleigenschappen is het verstandig om een iets grotere schotel te nemen. Voor Atra-Hotbird bijvoorbeeld een 80 cm schotel.

Offset schotel
: Bij een offsetschotel zit de LNB niet direct in het zichtgebied van de satellietsignalen, maar is de LNB een beetje onder de schotel gemonteerd. In tegenstelling tot een prime-focus schotel, lijkt het of een offset-schotel niet direct op de satelliet uitgericht staat.

Offsetpolarisatie
: Voor een goede ontvangst (vooral van digitale signalen) is het gewenst om ook de LNBF in een dusdanige stand te zetten dat de ontvangst van ongewenste signalen minimaal is. In grote delen van Europa betekent dit dat de onderkant van de LNBF vrijwel loodrecht op de aarde staat, maar dit is nioet overal zo. Vooral in het zuiden van Frankrijk, Spanje en Portugal moet de onderkant van de LNBF in westelijke richting verdraaid worden, tot soms wel 22 graden. Als je last hebt van blokvorming in het beeld, verdraai dan de LNBF zodanig dat er een blokvrije digitale ontvangst bereikt wordt.

Openingshoek
: Een schotel heeft een maximale ontvangst wanneer de optische as van de paraboloïde precies naar de satelliet wijst. Wanneer je een schotel ten opzichte van deze satelliet verdraait, neemt de veldsterkte af. De totale verdraaïngshoek waarbij de veldsterkte ongeveer 3dB variëert heet de openingshoek. Deze hoek wordt kleiner naarmate de schotel groter wordt. Een schotel met een grotere openingshoek kan ook stoorsignalen afkomstig van andere satellieten die zich in de buurt van de gewenste satelliet bevinden oppikken. Dit is een bekend nadeel van kleine schotel. In de praktijk leidt dit echter zelden tot problemen.

Polariser
: Een polariser is een mechanisch motortje dat ervoor zorgt dat de polarisatie van het ontvangstelement van de LNB exact overeenkomt met die van het ontvangen signaal. Bij een LNBF zie je dat er sprake is van een horizontaal en een verticaal ontvangstelement. Zolang de horizontale polarisatie exact overeenkomt met die van het ontvangen signaal is er niets aan de hand. Je hebt dan een optimale ontvangst. Naarmate de polarisatie afwijkt, wordt de ontvangst verzwakt. Met een polarizer kan dit dan toch geoptimaliseerd worden.Er bestaan ook magnetische polarisers, waarbij met behulp van magnetisme hetzelfde effect bereikt kan worden. De meeste digitale ontvangers hebben echter niet de mogelijkheid om een polariser aan te sturen.

Polarmount
: De polarmount kan je het beste zien als het draaischarnier waarmee een schotel van positie te veranderen is. Dankzij de polarmount kan een schotel in een draaibare opstelling precies de denkbeeldige baan (Clarke Belt) volgen waarop alle satellieten aan de zuidelijke hemel geparkeerd staan. Hierdoor is multisatelliet ontvangst mogelijk. een dergelijke schotelopstelling vergt wel een uitgebreide afregeling, want je krijgt hierbij te maken met 3 onafhankelijke variabelen: azimuth, elevatie en declinatie.

PID
: Package Identifier. Dit is een byte binnen een DVB-packet dat aangeeft voor welk programma dat packet bestemd is en of het video, audio of data betreft. De meeste ontvangers lezen de PID-codes volautomatisch in, maar bij sommige ontvangers en bij speciale signalen moet dit handmatig gebeuren.

Prime Focus schotel
: Een schoteltype waarbij de LNB in het brandpunt van de schotel is opgenomen. Dit is de "oervorm" van de schotel, de parabool.

PVR
: Personal Video recording. Een moderne trend die bestaat uit het aanbrengen van een harddisk in een digitale satellietontvanger, televisie of andere videobron. Deze harddisk neemt de binenkomende signalen digitaal op en kan die zonder kwaliteitsverlies weergeven. Tevens kan deze recorder tegelijk opnemen en weergeven. De opnamecapaciteit is sterk afhankelijk van zowel de opslagcapaciteit van de harddisk als van de kwaliteit van het op te nemen videomateriaal.

QPSK
: Quadrature Phase Shift Keying is de modulatienorm voor digitale satellietcommunicatie. Het is een modulatiemethode waarbij in 2 draaggolven (die onderling 90 graden in fase verdraaid zijn) het volledige signaal wordt ondergebracht.

RF doorlusconnector
: Dit is een aansluiting bij satellietontvangers, warbij het van de schotel afkomstige signaal via de ontvanger opnieuw ter beschikking wordt gesteld, wardoor het mogelijk wordt om er een andere ontvanger op aan te sluiten.

RF tuner
: Het van de schotel afkomstige signaal wordt in de satellietontvanger eerst versterkt en in een andere frequentie omgezet waarna demodulatie (het terugwinnen van het oorspronkelijke signaal) plaatsvindt. Bij alle satellietontvangers (digitaal of analoog) is zowel de omzetting in frequentie als de demodulator in een afgeschermde behuizing, de RF tuner, ondergebracht. Ook kan je de demodulator buiten de RF tuner aantreffen.

Ruisgetal
: Het ruisgetal geeft (in dB's) aan in hoeverre de kwaliteit van het uitgangssignaal van de LNB verslechterd is ten opzichte van het inkomende signaal. Hoe lager dit getal, des te beter de LNB is. Tegenwoordig zijn praktische ruisgetallen van 0,3 dB goed haalbaar.

SCPC
: Single Channel per Carrier. De meeste digitale programma's worden in clusters van 5 (of meer) op één transponder en op één draaggolf uitgezonden (MCPC). Het is ook mogelijk om één programma op een draaggolf uit te zenden. SCPC wordt veel toegepast bij newsfeeds.
 " Scart connector : De scart connector is een vrij grote plug met 21 aansluitingen die een universele bekabeling van audiovisuele apparatuur mogelijk maakt.

Smart Card
: Een plastic kaart voorzien van een chip. Deze chip controleert of het aangeboden tv of radiosignaal wel bekeken of beluisterd mag worden. Als dat het geval is, wordt het gecodeerde signaal vrijgegeven. Het merendeel van de coderingen maakt gebruik van een smart card.

S/PDIF
: Een methode om digitaal geluid te transporteren naar andere apparatuur. Hierbij wordt een stroom van enen en nullen verzonden.

Seca Mediaguard
: Een norm voor het coderen van digitaal uitgezonden beeld en geluid. Ontwilkkeld door Seca, onder auspiciën van het Franse Canal+, onder de naam Mediaguard. Is in grote delen van Europa een standaard, maar wijkt op punten af van de DVB norm.

SimulCrypt
: Het tegelijkertijd uitzenden van een signaal met meerdere coderingen.

Symbol Rate (SR)
: De symbol rate (SR) geeft aan hoeveel digitale informatie verzonden wordt. Naarmate de symbolrate hoger ligt, is de beeldkwaliteitbeter, tenzij de symbolrate gedeeld moet worden over meerdere zenders. De hoeveelheid digitale informatie per zender kan dus verschillen.

UHF modulator
: Een UHF modulator is een soort mini televisiezender die in de meeste satellietontvangers en videorecorders ingebouwd is. Doordat via deze manier veel kwaliteitsverlies optreedt, is dit de laatst wenselijke optie om een videosignaal op een televisie te kunnen weergeven. (voorkeur via scart).

Veldsterkte
: Dit is de signaalsterkte van een zender die doorgaans bij de antenne gemeten wordt. Bij een LNB zit die antenne vlakbij de feedhorn. De veldsterkte wordt doorgaans in dBm uitgedrukt.

Vlakantenne
: Een vlakantenne is een antenne waarbij geen sprake meer is van een schotel. Op hetzelfde platte vlak zijn heel veel (ontvangst) elementen via moeilijke koppelingen met elkaar verbonden. Vanwege de gebruikte koppelingen, de positionering van de elementen en het optimaliseren van de beschikbare ruimte, is in de praktijk vaak gekozen voor een vierkante of rechthoekige antenne.

 

 

 

 

 

 
Design by : AIRCO-LIMBURG.